die Freude

Kamermuziekwerken rond vreugde

‘Vreugde vermenigvuldig je door haar te delen.’ Rond deze wijsheid koos I SOLISTI drie kamermuziekwerken vol vitale speelvreugde en oprechte charme.

In La Gioia (‘de vreugde’, 1979) laat Jan De Maeyer drie dimensies van vreugde weerklinken: lichtvoetigheid, blijmoedigheid en geestigheid. Hij componeerde dit houtblazerstrio met Schillers An die Freude indachtig; het bekende gedicht dat Ludwig van Ludwig van Beethoven verwerkte in zijn negende symfonie.  Beethoven schreef naast  monumentale symfonieën ook heel wat interessante kamermuziek. Voor zijn Septet in Mi mol groot (1799) liet hij zich inspireren door de vrolijke achttiende-eeuwse serenades en divertimenti, wat meteen in de smaak viel bij het publiek. Talrijke transcripties getuigen van de immense populariteit reeds in Beethovens tijd. Het werk heeft dan ook een bijzondere charme en aantrekkingskracht. 

De musici van I SOLISTI  laten de ongerepte speelsheid van dit werk optimaal tot haar recht komen. Ook staat Prokofievs Kwintet in Sol klein op. 39 op het programma. Prokofiev nam het thema van het circusleven over uit een van zijn eerdere balletten: La Trapèze. Niet alleen koos hij voor de ongewone bezetting van hobo, klarinet, viool, altviool en contrabas, ook stilde hij zijn honger naar vernieuwing op het vlak van vorm en harmonie. Het resultaat is een bruisend kwintet, waarbij je door de bewegende ritmiek de circusartiesten bijna voor je ziet springen.

Special guest Liana Gourdjia