Producties

vr 27.01

20:00

Brussel, BOZAR

zo 12.02

15:00

Terneuzen (NL), Porgy and Bess

do 14.06

20:30

Mortsel, Fort4Klassiek

Impressions Pathétiques

met pianist Jean-Claude Vanden Eynden 

In de tweede helft van de achttiende eeuw hield iedere Centraal-Europese aristocraat die zichzelf respecteerde er een kleine privéblaaskapel op na. Bekende werken werden bewerkt voor een blazersbezetting. Deze traditie werd verder gezet in de negentiende en twintigste eeuw. Zo werd de Sonate Pathétique van van Beethoven in deze traditie bewerkt door tijdgenoot Druzecký voor blazersoctet. Geïnspireerd door het gebruik van de blazers in de kamermuziek schreef 20ste-eeuws comonist Tansman vier prachtige impressies.

In Impressions Pathétiques gaan 19de- en 20ste-eeuwse componisten in dialoog met de piano en de harmonie.

Programma

Piano Sextet – B.J. Martinu

Pianosonate nr 8 in c, Sonate Pathétique, opus 13 – L. van Beethoven

Four Impressions – A. Tansman

6 intermezzi voor piano – A. Tansman

Pianosonate nr 8 in c, Sonate Pathétique, opus 13 – L. van Beethoven/arr. J. Druzecký

tekst: Tom Janssens

“Francis Poulenc, die man is de muziek zelve. Ik ken geen enkele muziek die zo direct, zo precies en zo treffend haar doel bereikt als die van hem.” Aan het woord is Darius Milhaud. Nu zijn collega’s componisten door de bank genomen wel vaker vriendelijk voor elkaar, maar Milhaud mogen we op zijn woord geloven. Wanneer sprake over Poulenc, is het immers moeilijk voorbij te gaan aan de uitzonderlijke manier waarop deze musicien par excellence zijn métier beheerste.

Nu is Poulenc ook wel een en ander aangewreven. Zijn muziek zou al te lichthoofdig, oppervlakkig zelfs, zijn. De zangerige melodieën en de capricieuze harmonieën zouden achter de moderne tijd aanhinken. Niets van geloven. Als u het ons vraagt, is Poulenc een meesterlijk componist, die Mozartiaanse elegantie paart aan geslepen vakmanschap. Overigens: is het net geen verdienste dat zijn beste muziek klinkt alsof ze moeiteloos uit de mouw geschud werd?

Neem nu Poulencs Pianosextet. Zes jaar na de première vond de componist het nodig om de muziek helemaal te herschrijven. “Er waren wel enkele goede ideeën, maar het hele sextet zat gewoon slecht in elkaar”, zo oordeelde de componist. “Ik heb het stuk een andere proportie, een betere balans gegeven. Nu zit het best aardig in elkaar.” Een understatement, gewis. Wat volgens Poulenc gewoon ‘aardig’ was, is een van de meest verrukkelijke kamermuziekwerken uit het interbellum: de melodieën hebben voortdurend een emotionele voltage in het lijf en voor wat Poulenc uithaalt met sfeer en klankkleuren hebben we geen woorden klaar.

Geen wonder dat Poulenc school maakte. Wellicht zijn meest onderschatte navolger is Jean Françaix. Diens frivole suite L’Heure du Berger heeft niet zozeer de concertzaal, maar wel het café in het vizier. Kijk maar naar de afzonderlijke deeltjes. Les vieux beaux, Les petits nerveux of Pin-up girls: alle passeren ze de revue in deze ‘musique de brasserie’. De misleidende titel slaat dan ook niet op de porseleinen, amoureuze herdersfiguren uit menig burgerinterieur, maar wel op Berger, het in volkscafé’s populaire aperitiefje, dat aan de toog achterover geslagen werd als opmaat tot zwaardere sterkedranken. Françaix had zelfs een bepaald café in gedachten. Het Parijse Maxim’s doet dienst voor deze cabareteske aaneenschakeling van prettige wijsjes. Dat daarbij geen nobele, hoogartistieke doelen nagestreefd worden, mag duidelijk zijn, aldus Françaix. “Het is aan u, mijn beste en alwetende luisteraar, om uw oren te openen en na te denken: ‘bevalt of misnoegt deze muziek me?’ Laat geen zelfzuchtige indringer toe tussen uw oor en mijn muziek. Weet dat u een vrij mens bent, geen gehoorzame robot. Verdruk dus elke neiging tot snobisme, modegrillen of vooroordelen in uw appreciatie. Geef uzelf over aan uw zin tot genot – als u die hebt, uiteraard…” We willen het niet beter kunnen zeggen.